Showing posts with label oerwoud. Show all posts
Showing posts with label oerwoud. Show all posts

Friday, August 28, 2015

Trekking in Lore Lindu NP

Trekking in Lore Lindu NP; stijgen en dalen!





Als een groene deken ligt het regenwoud van Lore Lindu, het grootste nationale park van Sulawesi, over de bergen uitgespreid. Tussen de bergen in liggen valleien met megalieten, die bestaan uit primitieve beelden en gigantische stenen potten. Het is tot op de dag van vandaag een mysterie hoe de eeuwenoude voorwerpen daar zijn gekomen of wie ze heeft gemaakt. Een trektocht dwars door het oerwoud tussen twee van deze valleien, de Bada- en de Besoavallei is een bijzonder avontuur.


We hangen onze rugtassen vroeg in de ochtend al om voor de start van onze trektocht van de Bada- naar de Besoavallei. Bada ligt op 800 meter hoogte, we moeten naar 1800 meter tot aan onze slaapplaats in het oerwoud. Van onze gids Petrus hadden we al begrepen dat dit geen ‘soft’ trekking zou worden

Na een vlak stuk tot aan de voet van de bergen en de rand van het oerwoud begint het echte werk. Binnen 10 minuten zijn we doorweekt van ons eigen vocht, klauterend langs een klein steil paadje door het dichte groen van de jungle. Dit is precies wat we ons voorstelden van een jungletrek. Zwaar, vochtig en groen! 
Drie uur klimmen we, voordat we aankomen we op de eerste top, waar we een rustpauze krijgen van 20 minuten. Het uitzicht vanaf hier is heel fraai. Onder ons ligt de Badavallei, de rivier stromend door de sawahs. In de verte vliegt een Sulawese Haviksadelaar.

Na onze korte pauze zijn we weer redelijk op adem. De wind op de top van de berg heeft ons nog wat extra opgefrist. Vol goede moed beginnen we weer met klimmen, want ons pad gaat verder omhoog, weg van de Badavallei, dieper het oerwoud in. We zien onderweg weinig wild. Hooguit wat vogels en insecten, maar niet de dieren waar Lore Lindu om bekend staat, zoals anoa (een klein soort os), babirusa (een zwijn met hoorns), tarsirs en neushoornvogels.
Dieren zijn natuurlijk ook moeilijk te spotten in zulk dicht regenwoud, verspreid over honderden vierkante kilometers met bergen tot 2500 meter hoogte. We nemen dus genoegen met de prachtige omgeving. Groen, groener groenst is al snel ons motto in het oerwoud.

Na nog eens twee uur klimmen en klauteren komen we bij ons kamp voor de nacht, een open plek met een gespannen zeil, waaronder een van bamboe gemaakt bed staat. Matjes worden uitgerold, de slaapzakken gaan erop en een klamboe maakt het af. De slaapplaats is gereed, wij nog niet. We hebben nog tijd voor foto’s, het maken van een kop koffie en een praatje met onze gids en drager. Beiden maken ook het eten klaar boven een ouderwets houtvuur. Wij  kunnen nog even een douche nemen in een kleine beek, 30 meter naar beneden via een piepklein, steil paadje. Het koude bergwater is onwaarschijnlijk lekker! Maar helaas, we moeten uit het dalletje van de beek weer de 30 meter terug omhoog naar de tent. Als we boven komen zijn we weer net zo smerig en nat van het zweet als voor onze douche. Zo is het leven in de jungle.


De avond valt snel in het oerwoud en dat betekent eten. Rijst, kip en groente. Niet slecht voor een ‘jungle meal’. Daarna is het tijd om eens goed uit te rusten, want de tweede dag belooft weer de nodige energie te gaan vergen.
Een rustige nacht met fijne oerwoud-geluiden geeft ons een flinke boost. We zijn ‘fris’ en hebben er weer zin in. Brood met jam en een kop koffie  als ontbijt zijn de 'finishing touch'. Rugzakken op en lopen maar. 

Het begint direct weer te stijgen, eerst geleidelijk, maar dan al snel weer net zo steil als de vorige dag. We voelen dan ook goed wat die vorige dag met ons heeft gedaan. Stramme spieren, vermoeide kuiten. We hebben geen keus, we moeten van 1800 naar 2300 meter, ruim 500 meter stijgen. Daarna gaat het naar beneden en wordt het een stuk gemakkelijker volgens Petrus. We doen er 4,5 uur over en komen dan opnieuw op de top van een berg, ditmaal dus op 2300 meter hoogte. We hebben een enorm mooi uitzicht over de Besoa vallei aan de ene en de met regenwoud begroeide bergen aan de andere kant. Adembenemend, maar ik weet niet meer goed of dat nou kwam door het uitzicht of door het klimmen!









Na een lunch met noodles beginnen we aan de afdaling. Alles bij elkaar moeten we 1400 meter dalen. Dat gaat in eerste instantie soepel, door niet al te hoog, stug gras. Het gaat scherp naar beneden, maar het is overzichtelijk. Dat verandert als we na enige tijd weer tussen de bomen komen te lopen. Het gras overwoekert ons pad, het is donkerder en gruis en boomwortels maken alles glibberig. We maken af en toe een kleine uitglijder, maar gelukkig is het allemaal niet ernstig. Waren het eerder de kuiten die opspeelden, nu zijn het vooral de bovenbenen en de knieën die het zwaar te verduren hebben. Na een niet al te gemakkelijke afdaling van dik 1,5 uur in een redelijk hoog tempo bereiken de Besoavallei. De grens tussen vallei en park wordt gemarkeerd met een beek. Wat is het heerlijk om 15 minuten lang met branderige, vermoeide voeten in het koude water te staan.

De rivier echter is nog niet het eindpunt. Ons guesthouse ligt verderop in de vallei, op 7 kilometer van het bos. Die wandeling door de vallei, grotendeels over een verharde weg, in de zon, was misschien net iets te veel. Uitgeput bereiken we ons verblijf. We hebben in 2 dagen bijna 40 kilometer gelopen, voornamelijk met stijgen en dalen door dicht regenwoud. En dan is het heerlijk met de benen omhoog en een koude Bintang om op de goede afloop te proosten van deze schitterende, uitdagende tocht.





















Nettert Smit, juni 2015
www.indotracks.nl


(ik heb deze tocht samen met mijn vader, Boet Smit, gemaakt)

Voor meer informatie over de Bada- en Besoavallei en trekken in Lore Lindu NP, kijk op www.indotracks.nl






 






Monday, April 6, 2015

Jungle trek, jungle trek.... in Bukit Lawang

Een van de oudste en grootste nationale parken van Indonesië, het Nationaal Park Gunung Leuser in Noord Sumatra, herbergt verschillende grote dieren; de Sumatraanse tijger, de Aziatische olifant, de Sumatraanse neushoorn en natuurlijk de orang oetan. Deze laatste kan gemakkelijk worden gespot tijdens een wandeling van ongeveer drie uur door het regenwoud bij Bukit Lawang, een dorp op de rand van het oerwoud op 5 uur rijden van de miljoenenstad Medan.

 












Trekking
Met een lokale gids vertrek je vanuit het hotel direct richting oerwoud. De wandeling begint met een behoorlijke klim door een kleine rubberplantage waar Thomas Leaf apen je al verwelkomen. Niet veel later passeer je de offieciele grens van het park. Het blijft klimmen en dalen in het bos en als het heeft geregend is alles een beetje glibberig. Onderweg kom je grote woudreuzen tegen van meer dan 40 meter hoog. De toppen zijn meestal niet te zien door het dikke bladerdak, maar de voeten van de bomen met hun enorme wortels zegt al genoeg; dit moeten giganten zijn.

Natuurlijk zijn de blikken gericht op hogere plekken in de bomen, daar waar de orang oetans zich schuilhouden. Een nest, een paar vruchtenschillen, alles wijst er  volgens de gids op dat de dieren in de buurt zijn. De lokale gids wijst ondertussen ook af en toe op de grond, waar enorme mieren, soms prachtige vlinders en verschillende keversoorten zitten. Die zou je bijna vergeten, want het gaat tenslotte om de mensapen. Tijgers, olifanten, neushoorns en andere katachtigen krijg je tijdens deze korte wandeling niet te zien. Daarvoor moet je een trektocht van 3 dagen maken. En dan nog is de kans HEEL klein.

De gids heeft een goede neus voor orang oetans, hij spot al snel een vrouwtje met jong. Voorzichtigheid geboden, want ze beschermt haar jong goed en houdt mensen op alle mogelijke manieren op afstand, ook met geweld als het moet. Het jong hangt, klimt en slingert aan takken, terwijl moeder alles goed in de gaten houdt. Prachtig!

Via allerlei kleine paadjes, soms steil naar beneden lopend, kom je uiteindelijk weer bij de bewoonde wereld uit.



Voedertijd
Wil je niet trekken, maar toch de orang oetangs zien? Elke ochtend tussen 8.00 en 8.30 is het voedertijd op een platvorm in het bos. Een gids neemt je mee naar deze plek waar parkrangers de dieren verschillende soorten fruit voeren.

Tubbing
In de middag kun je nog een heerlijk tochtje maken met een autoband op de Bohorok Rivier; ‘tubing’ heet dat. Je achterwerk hangt in het water,  de banden zijn aan elkaar gebonden en zo dobber je over de rivier naar het plaatsje Bohorok. Het gaat allemaal niet zo snel en dat geeft je de mogelijkheid om heerlijk rond te kijken. Tijdens de terugtocht met de lokale bus ben je de grote bezienswaardigheid voor de lokale passagiers  met je natte pak.

Kindertehuis

Vanuit hotel Bukit Lawang Cottage is het een korte wandeling langs rubberbomen naar het kindertehuis van Saskia en Itho. Het tehuis valt op door de vrolijke kleuren en bijzondere attributen buiten. Je kunt hier een wat drinken en even rondkijken. Een aantal kinderen woont  permanent in het tehuis. Anderen komen elke dag om lessen te volgen. De kinderen leren om op eigen benen te staan onder begeleiding van de bedenkers en de bouwers van het tehuis, Saskia en Itho. Je kunt ook langer blijven. Saskia heeft meestal wel plaats voor een paar vrijwilligers.



Wil je ook op avontuur in het oerwoud bij Bukit Lawang? Indotracks kan een verblijf met activiteiten voor je organiseren.

Nettert Smit/ april 2015
http://www.Indotracks.nl